Tien kleine negers

Tien kleine negers
Die stonden in de regen,
Eéntje werd er doodgeregend,
Toen waren er nog maar negen.

Negen kleine negers
Die stonden eens op wacht
Eéntje werd er doodgewacht
Toen waren er nog maar acht.

Acht kleine negers
Die gingen eens gaan zweven
Eéntje werd er doodgezweefd
Toen waren er nog maar zeven.

Zeven kleine negers
Die speelden met een mes
Eéntje werd er doodgemest
Toen waren er nog maar zes.

Zes kleine negers
Die speelden met een rijf
Eéntje werd er doodgerijfd
Toen waren er nog maar vijf.

Vijf kleine negers
Die speelden met een pier
Eéntje werd er doodgepierd
Toen waren er nog maar vier.

Vier kleine negers
Die speelden met een bie
Eéntje werd er doodgebiet
Toen waren er nog maar drie.

Drie kleine negers
Die speelden in de zee
Eéntje werd er doodgezeed
Toen waren er nog maar twee

Twee kleine negers
Die stonden op één been
Eéntje werd er doodgebeend
Toen bleef er nog maar één.

Eén kleine neger
Die trouwde met Katrien
Kregen vele kindertjes
Toen waren ze weer met tien.